Bereiding Was de schorseneren grondig onder stromend water. Schil de schorseneren met een dunschiller. Verwijder ook alle ogen. Wrijf de schorseneren onmiddellijk in met citroensap zodat ze niet verkleuren. Snijd de schorseneren in gelijke stukken van 5cm en dompel ze in koud water met citroensap.
 
Klop 2 eetlepels bloem met een beetje water tot
alle klonters weg zijn en vul aan tot 4dl water. Kruid met peper, zout en voeg citroensap toe. Verwarm tot aan het kookpunt (dit heet een blanc). Kook de schorseneren een vijftiental minuten tot ze gaar zijn. Af en toe roeren in de blanc zodat er niets aanplakt.
   
Schep de schorseneren uit de blanc en spoel kort met warm water.

Maak op een laag vuurtje een roux met 20g margarine en 10g bloem. Let erop dat het mengsel niet bruin wordt. Haal de pot van het vuur als de roux droog is en voeg de helft van de melk toe. Klok met een garde tot alle klonters weg zijn. Zet terug op het vuur en voeg geleidelijk aan de rest van de melk en 1dl van het kookvocht toe. Blijf kloppen tot je een gladde saus hebt. Meng een eetlepel fijn gehakte peterselie door de saus. Als de saus te dik is, voeg je een beetje sojaroom toe. Kruid af met peper, zout en nootmuskaat en voeg naar smaak een beetje citroensap toe.
   
Maak een piramide van schorseneren en werk af met de saus of meng de schorseneren onder de saus.
 
Delen
|